Groep AMOS unIQ 7/8

Leerkracht(en)

Meester Joey (ma, wo, do)
Drie jaar geleden ben ik op De Bonkelaar gestart en heb ik samen met het team de UnIQ afdeling opgezet. Ondertussen hebben we een 5/6 en een 7/8 UnIQ combinatie en is het team verder uitgebreid met Pieter Bosman en Hester Wetzlar. Samen hebben we een sterk fundament gelegd voor hoogbegaafden onderwijs op De Bonkelaar.

Naast mijn lesgevende taken ben ik sinds schooljaar 2015 – 2016 locatieleider van De Bonkelaar.

Hester Wetzlar (di, vr)
Na mijn studie Spaanse taal- en letterkunde ben ik een jaar of 15 werkzaam geweest in het bedrijfsleven. In 2013 heb ik het roer omgegooid en gekozen voor het onderwijs. De keuze voor het basisonderwijs of het middelbaar onderwijs (Spaans) was een lastige, maar ik koos voor de jongere leeftijd en heb de verkorte deeltijd pabo doorlopen. Omdat niet elke school hetzelfde is ben ik bewust blijven “job hoppen” tot ik vond wat mij het meest zou liggen, en dat bleek AMOS UniQ te zijn. Sinds januari 2017 werk ik naast Joey in groep 7-8 en voel me er helemaal thuis. Zowel vanwege de unieke leerlingen die me elke dag weer bergen energie en inspiratie teruggeven, maar ook vanwege het speciale curriculum waar zelfs mijn oorspronkelijke vak Spaans in zit.

Ik woon met mijn man en twee dochters (basisschoolleeftijd) in Amsterdam. Als ik niet met school bezig ben (of sportcarrières, van de kinderen) lig ik liefst met de dochters en stapels kranten en boeken op de bank.

 

 

Informatie

Sterrenkunde ofwel astronomie (17/01’18)

De komende weken krijgen de leerlingen, op woensdagmiddag, lessen over de volgende onderwerpen:

  1. De geschiedenis van de sterrenkunde. Meten op afstand.
  2. Het zonnestelsel. Hemellichamen.
  3. Het systeem zon, aarde maan. Plaatsbepaling op aarde. Eb en vloed.
  4. Het heelal. Big bang, de melkweg, andere sterrenstelsels, zwarte gaten

Ook maken ze hun eigen “sextant”.

  1. We bouwen onze eigen sextant.
  2. Het bepalen van de hoogte van de school.
  3. Het bepalen van de plaats op aarde.
  4. Afstand bepalen met behulp van de parallax.

Deze lessen worden gegeven door de opa van Nicia, Bert Zweers. Vorig schooljaar hebben we technieklessen mogen krijgen, dit jaar heeft hij een nieuwe uitdaging voor ze.

 Update Bright Ideas challenge

Om de bright ideas challenge af te sluiten moeten er een aantal dingen gebeuren voor het Shell project en voor in de klas.

Shell:

  • De kinderen maken een filmpje van het idee van het team. Het filmpje mag 1 minuut duren.
  • Tekening (2d/3d) 
  • Beschrijving 

Klas: (uitbreiding van het project)

  • Maquette
  • Houden van een pitch 

 

De kinderen zijn verdeeld in 4 groepen en zij werken een bright idea uit. De volgende 3 onderwerpen zijn van toepassing:

  • Energie: Zorgen dat iedereen schone en betaalbare energiebronnen kan gebruiken.
  • Voedsel: Zorgen dat iedereen genoeg te eten heeft.
  • Water: Zorgen dat iedereen genoeg schoon drinkwater heeft. 

UnIQ project: Profiel Cultuur en Maatschappij (week 47 t/m 07)

 

Opzet
Voorblad

-Titel

-Plaatje (passend)

-Naam, datum, klas

Inhoudsopgave

(wat staat op welke pagina)

Voorwoord

-Inleiding

(waar gaat het over en wat heb je onderzocht – kort!)

-Jouw gedachten en mening (over het onderwerp. Let op: niet over het maken van het werkstuk)

-Verklaring onderzoeksvraag

(Waarom heb je voor deze vraag gekozen)

Inleiding

-Hoofd- en deelvragen geordend

-Samenvatting per hoofdstuk (3 a 4 zinnen)

Hoofdstukken

(1 deelvraag per hoofdstuk)

Conclusie

Antwoord op je hoofdvraag!

Nawoord

Hoe is het gegaan?

Bronnen

 

 

Weeknr. Wat doen we?
47 Oriënterend onderzoek – wat heeft je belangstelling?
  Opstellen hoofd- en deelvragen
  Start: beantwoorden hoofd- en deelvragen
  Beantwoorden hoofd- en deelvragen
  Afsluiting: beantwoorden hoofd- en deelvragen
  Conclusie, nawoord, voorwoord
 

05

Voorblad, inhoudsopgave, inleiding, bronnen

Inleveren op vrijdag!

  Voorbereiden presentatie
07 presenteren

 

 

 

De aanpak van het maken van een werkstuk

 

De aanpak van het maken van een werkstuk is in principe voor alle soorten werkstukken hetzelfde. Eerst bepaal je het onderwerp van je werkstuk, en dan ga je beginnen met je onderzoek. Het maken van een werkstuk, of het nu gaat om een profielwerkstuk, een sectorwerkstuk of een anders soort werkstuk, gaat het best als je een systematische werkwijze volgt.

Dit stappenplan helpt je bij elke stap van het maken van je werkstuk, en levert meteen inhoudelijke onderdelen aan die je in de indeling van je werkstuk kunt gebruiken. Zo komt de probleemstelling straks in de inleiding van je werkstuk te staan, het beantwoorden van de deelvragen levert stof voor de hoofdstukken, en het antwoord op de hoofdvraag wordt de conclusie van je werkstuk.

 

Bepaal eerst de probleemstelling of hoofdvraag

De probleemstelling is eigenlijk het centrum waar het werkstuk om draait. Het is een precieze formulering van het onderwerp dat je onderzoekt. Omdat de probleemstelling vaak wordt geformuleerd als vraag, wordt hij ook wel hoofdvraag genoemd.

Stel bijvoorbeeld dat je hebt besloten om je werkstuk te schrijven over de bevolkingsdichtheid in Nederland. Om over dit onderwerp een samenhangend stuk te schrijven, is het belangrijk heel duidelijk te krijgen wat je erover wilt onderzoeken. Dit gaat bijna altijd het makkelijkst als je een vraag over het onderwerp kunt bedenken die je dan vervolgens kunt beantwoorden. Bijvoorbeeld: ‘waarom is de bevolkingsdichtheid in de Randstad zoveel hoger dan in het Oosten van het land?’ Het beantwoorden van deze vraag levert de inhoud van je werkstuk op.

Nog meer voorbeelden van mogelijke probleemstellingen

Wat is het verschil tussen Germaanse en Romaanse talen?

Wat is de educatieve waarde van judo?

Hoe ontstaan gletsjers?

Welke opvattingen hadden mensen in het oude Egypte over het leven na de dood?

 

Verdeel het onderwerp in stukken: de deelvragen

Vaak is het onderwerp dat je in de probleemstelling hebt vastgelegd nog steeds vrij algemeen omschreven. Daarom ga je het in stukken knippen met deelvragen. De deelvragen worden straks de onderwerpen van de hoofdstukken van je werkstuk. In het voorbeeld over de bevolkingsdichtheid in Nederland zouden de deelvragen er bijvoorbeeld zo uit kunnen zien:

Wat wordt er precies bedoeld met bevolkingsdichtheid?

Hoe wordt de bevolkingsdichtheid in Nederland opgemeten?

Wat is de bevolkingsdichtheid per provincie?

Wat is de verklaring voor de hoge bevolkingsdichtheid in de Randstad?

Wat is de verklaring voor de lage bevolkingsdichtheid in het Oosten van Nederland?

Is er een verband tussen de hoge bevolkingsdichtheid in de Randstad en de lage bevolkingsdichtheid in het Oosten?

Nu heb je het onderzoek verdeeld in een aantal kleinere stappen, die je stuk voor stuk kunt onderzoeken.

 Verzamel informatie over het onderwerp van je werkstuk

Nu je de hoofdvraag en de deelvragen op papier hebt gezet, kun je beginnen met je onderzoek. Daarvoor ga je verschillende bronnen raadplegen: boeken, tijdschriften, kranten, het internet. Je kunt ook iemand interviewen over het onderwerp. Het is altijd verstandig om meerdere bronnen te gebruiken, zodat je zoveel mogelijk verschillende informatie over het onderwerp vindt. Dan kun je een goed afgewogen en zo volledig mogelijk antwoord geven op de probleemstelling.

 Internet als bron voor je werkstuk

Als je op internet gaat zoeken naar informatie over je onderwerp, kom je vaak een heel eind door het onderwerp als zoekterm in een zoekmachine in te vullen. Je kunt ook op Wikipedia zoeken wat er daar over je onderwerp te vinden is. Als je een website gebruikt als informatiebron voor je werkstuk, noteer dan wel het adres, zodat je dat later ook in je bronvermelding kunt opnemen.

 In de bibliotheek zoeken naar bronnen voor je werkstuk

Op internet kun je steeds meer vinden, maar nog heel veel informatie is alleen maar in boeken beschikbaar, of in (wetenschappelijke) tijdschriften. Daarom is het een goed idee om in de openbare bibliotheek of schoolbibliotheek te zoeken naar informatie over je onderwerp. Veel bibliotheken hebben een computercatalogus waarin je op onderwerp of op trefwoord kunt zoeken. Je kunt natuurlijk ook een medewerker van de bibliotheek om hulp vragen.

Als je een aantal boeken en tijdschriften hebt gevonden, is het belangrijk om er een beetje in te bladeren en in te schatten of je er voor je werkstuk iets aan kunt hebben. Een goede methode is bijvoorbeeld om de inhoudsopgave na te lezen. Het is zonde van je tijd om een boek te gaan lezen als er maar een heel klein stukje, of niets, over je onderwerp in staat. Als er bijvoorbeeld één hoofdstuk over je onderwerp gaat, kun je ervoor kiezen om alleen dit hoofdstuk te lezen.

Als je zo een aantal boeken, tijdschriften en andere bronnen hebt verzameld over je onderwerp, kun je beginnen met het lezen en bestuderen ervan. Een goed aantal bronnen ligt tussen de vijf en tien; als je er meer gaat gebruiken, kost dat veel tijd, en het wordt ook steeds moeilijker om het overzicht te bewaren over alle informatie die je vindt.

 

Beantwoord elke deelvraag apart

Als je begint je bronnen te bestuderen, is het handig om pen en papier bij de hand te hebben. Zodra je iets tegenkomt dat één van je deelvragen (gedeeltelijk) beantwoordt, kun je dat noteren. Schrijf kort op wat je gevonden hebt, in welk boek en op welke bladzijde, of op welke website en waar precies.

Het is ook een goed idee om je lijstje deelvragen en je probleemstelling bij de hand te hebben en er af en toe naar te kijken, zodat je niet tijdens het lezen vergeet naar wat voor soort informatie je precies op zoek bent.

Wanneer je alles gelezen hebt, kun je beginnen met schrijven. Dit werkt het beste als je het per deelvraag doet. Dus: schrijf de eerste deelvraag op en begin met het beantwoorden van de vraag. Schrijf alles op wat je gevonden hebt over dit onderwerp. Als je hiermee klaar bent, doe je hetzelfde voor de tweede deelvraag, en dan voor de derde, enzovoort, totdat alle deelvragen beantwoord zijn. Je hebt nu eigenlijk de hoofdstukken van je werkstuk al geschreven.

Geef aan het einde van elk hoofdstuk antwoord op de deelvraag. Dit zou nu makkelijk moeten lukken, omdat je alles over dit onderwerp hebt gelezen en op een rijtje gezet. Als het nog niet lukt om antwoord te geven op de deelvraag, moet je misschien nog meer bronnen zoeken over het onderwerp om verder onderzoek te doen. Ga net zolang door totdat je een goed antwoord kunt geven op elke deelvraag.

 

Paragrafen

Wanneer een hoofdstuk niet erg lang is geworden, hoef je het niet verder op te delen. Als er wel een heleboel informatie in een hoofdstuk terecht is gekomen, kun je het hoofdstuk opdelen in paragrafen. Zo was er in het voorbeeld van de bevolkingsdichtheid in Nederland een deelvraag over de bevolkingsdichtheid in de verschillende provincies. Als je hier voor elke provincie veel informatie hebt gevonden, wordt het hoofdstuk er overzichtelijker van als je één paragraaf per provincie maakt.

 

Alinea’s

Of je het hoofdstuk nu wel of niet onderverdeelt in paragrafen, voor de duidelijkheid van je tekst is het altijd goed om deze in alinea’s te knippen. Steeds als er een nieuw stukje van de informatie begint, laat je een nieuwe alinea beginnen. Meestal zijn alinea’s zo’n vijf tot acht zinnen lang. Maar het belangrijkste is dat alle zinnen in een alinea een logisch verband met elkaar hebben.

 Maak een samenvatting van je antwoorden op de deelvragen

Nu je elke deelvraag hebt beantwoord, kun je de antwoorden allemaal achter elkaar zetten. De tekst die je zo krijgt, kun je later gebruiken in de samenvatting van je werkstuk, of in de conclusie. Schrijf niet alleen de antwoorden zelf op, maar maak er ook een paar inleidende zinnen bij, zoals: ‘Eerst heb ik onderzocht wat er precies bedoeld wordt met de term bevolkingsdichtheid. Ik heb ontdekt dat de bevolkingsdichtheid de verhouding weergeeft tussen het aantal inwoners en de oppervlakte van een bepaald gebied. Daarna heb ik uitgezocht hoe de bevolkingsdichtheid in Nederland wordt gemeten. Het blijkt dat dit door het CBS wordt gedaan, en dat de bevolkingsregisters van gemeenten de belangrijkste bron zijn voor de metingen’. Enzovoort.

Je antwoorden op de deelvragen zijn de resultaten van je onderzoek. Het grootste deel van het maken van je werkstuk is nu gebeurd.

  

Als het goed is, kun je nu de hoofdvraag beantwoorden

Je begon je onderzoek door een probleemstelling te formuleren. Die heb je vervolgens in deelvragen geknipt, en deze heb je stuk voor stuk beantwoord. Met de samenvatting die je gemaakt hebt van je antwoorden, kun je nu de hoofdvraag, de probleemstelling, beantwoorden. Als dit nog niet lukt, moet je teruggaan naar de deelvragen en kijken of je vergeten bent een deelvraag te maken over een bepaald deel van het onderwerp. Dan kun je er nog een deelvraag bij maken, en nadat je deze beantwoord hebt, kun je hopelijk ook de hoofdvraag beantwoorden. Ga net zolang door totdat je een goed antwoord op de hoofdvraag hebt.

Het kan natuurlijk wel eens gebeuren dat je een probleemstelling bedacht hebt die niet volledig te beantwoorden is. Als de bronnen die je onderzocht hebt, echt geen antwoord kunnen geven op één van je deelvragen, bijvoorbeeld omdat er nog geen onderzoek is gedaan naar dit onderwerp, kun je dat vermelden in je antwoord.

Je antwoord op de probleemstelling is de conclusie van je werkstuk

Betoog (start week 45)

Stap 1: kies een leuke stelling

  • Een stelling is een mening die meestal pleit voor een verandering.

Stap 2: denk na

  • Voordat je een geweldig betoog op papier zet, is het goed om eerst even na te denken over wat je eigenlijk wil zeggen. Ga brainstormen! Maak vervolgens een plan van de globale structuur van je betoog.

Stap 3: ga schrijven

  • Een betoog is opgebouwd uit een vaste volgorde van alinea’s. Om je verhaal helder te houden, is het goed hier op te letten. 

  – De inleiding: Leuke manier om je stelling in te brengen

  – Argumenten voor: Nu ga je puntsgewijs uitleggen waarom het goed is wat jij vindt.

De opbouw van een argument werkt meestal via het  

  SAIL-principe:

  • State: zeg in één zin wat de kern is van het argument.
  • Analyze: leg je stelling uit.
  • Illustrate: geef een voorbeeld van je argument. Dit maakt het levendig.
  • Link: herhaal je state: “we zien dus dat leerlingen meer verantwoordelijkheidsgevoel krijgen.” Dit maakt het argument rond.

  – Argument tegen: Vaak is het goed om een argument tegen op te schrijven, zodat je laat zien dat je hebt   nagedacht over eventuele bezwaren van de tegenpartij. Maar maak het tegenargument niet te sterk, want   vervolgens ga je…

  • … Het argument tegen verwerpen. In deze alinea leg je uit waarom een kritische noot op jouw plan ongegrond is. Hierdoor komen je voorargumenten nog beter uit de verf.

Conclusie: Als het goed is heb je nu de lezers met bijzonder goede argumenten van hun stoel geblazen. Nu vat je het nog even samen: wat heb je precies gezegd en waarom zorgt dat ervoor dat je je stelling hebt bewezen? Belangrijk: zorg ervoor dat je in je conclusie geen nieuwe informatie meer geeft! 

Stap 4: teruglezen

SlimmerIQuiz ‘regionale en grote finale

 In de klas hadden we ons voorbereid op de scholenstrijd van a.s. woensdag. De UnIQ groep 7/8 en de plusleerlingen van groep 7 en 8 regulier.

De twee groepen deden woensdag 8 november mee aan de regionale finales van de SlimmerIQuiz, de scholenstrijd, op het Zaanlands Lyceum. De groep 7 werd vertegenwoordigd door Leanora, Tjibbe en Daphne en groep 8 door Nicia, Luuk en Jorik.

Beide groepen hadden het erg leuk gehad en het leverde zelfs een 1e (groep 8) en 2e (groep 7) plaats op in de regionale finale. Volgende week staat de groep 8 in de grote finale op de UvA in Amsterdam, waar de teams strijden om mooie prijzen en natuurlijk de felbegeerde titel ‘Winnaars SlimmerIQuiz 2017’.

Uiteraard zijn wij erg trots op onze twee groepen en wensen we de groep 8 veel succes!

Generation discover: The Bright Ideas (9/11)

De groep 7/8 en de plusleerlingen van groep 7 starten donderdag 9 november aan het project: Generation discover: the bright ideas.

Wat is Generation discover?

Globalisering, automatisering, robotisering, energietransitie: allemaal ontwikkelingen die antwoorden willen. Antwoorden in de vorm van bijzondere oplossingen. Creatieve ideeën. Ingenieuze innovaties. Antwoorden die we verwachten van een nieuwe generatie. Generation Discover is een serie onvergetelijke ervaringen op het gebied van wetenschap en technologie

Voor de ontdekkers die de toekomst maken: Scholieren in het basis- en voortgezet onderwijs, studenten en jonge ondernemers: zij zijn de ontdekkers die de toekomst gaan maken. Niet alleen de toekomst van energie, maar de toekomst van ons allemaal. Daar hebben we de denkkracht van de volgende generatie voor nodig. Samen met haar partners wil Shell de komende jaren één miljoen jongeren inspireren en uitdagen hun ideeën te realiseren.

Generation Discover is een serie onvergetelijke ervaringen op het gebied van wetenschap en technologie. Zo ontdekt Generation Discover zichzelf – met onze hulp.

Wie heeft hét slimme idee dat de wereld op zijn kop gaat zetten? De bright ideas challenge vraagt alle leerlingen uit groep 7 & 8 om hun creatieve oplossingen voor grote wereldproblemen.

 

Wat is the Bright Ideas Challenge?

De bright ideas challenge is een online challenge, waar groep 7 & 8 leerlingen van alle basisscholen in Nederland zich voor kunnen inschrijven. De challenge daagt de leerlingen uit om oplossingen te vinden voor mondiale uitdagingen en laat ze werken aan drie van de zeventien UN Global Sustainability Goals. Zo helpt dit programma leerkrachten en leerlingen in het basisonderwijs met de voorbereiding op 2020, wanneer wetenschap- en technologie-onderwijs structureel onderdeel wordt van het curriculum.

SlimmerIQuiz (2/10)

Ook dit jaar wordt er weer een SlimmerIQuiz georganiseerd!
De SlimmerIQuiz is de leukste quiz voor alle kinderen uit de groepen 7 en 8. Dit jaar krijgt de SlimmerIQuiz een speciaal tintje, want we vieren ons lustrum: we bestaan vijf jaar!

Hoe werkt het?  
Er zijn drie rondes: de klassenronde, de scholenstrijd en de grote finale. De klassenronde wordt op De Bonkelaar georganiseerd voor geselecteerde leerlingen uit groep 7 en 8 leuk om mee te doen. Het kan verrassend zijn welke leerlingen hoog scoren bij deze quiz. De klassenronde kun je ook gebruiken om team(s) samen te stellen om mee te doen met de scholenstrijd in de volgende ronde. De quiz duurt ongeveer 40 minuten en is eenvoudig na te kijken. De Bonkelaar mag je maximaal twee teams van drie deelnemers aanmelden voor de scholenstrijd. Wij krijgen een uitnodiging om deel te nemen aan de scholenstrijd op één van de gastscholen bij jullie in de buurt. De winnaars van de scholenstrijd gaan door naar de grote finale op de UvA in Amsterdam, waar de teams strijden om mooie prijzen en natuurlijk de felbegeerde titel ‘Winnaars SlimmerIQuiz 2017’!

Oudermiddag (27/9)

De informatie sheet is hier te vinden

Historische helden (15/9)

FACT SHEET HISTORISCHE HELD

Wat moet er in staan:

  • Data (welke eeuw, geboorte-sterfjaar, woonplaats, afkomst, etc..)
  • Plaatje van de persoon in kwestie
  • Indien ontdekkingsreiziger: reisgegevens (bv kaart / map)
  • Wat maakte deze persoon bijzonder?
  • Wat was zijn/haar doel van de reizen en slaagde hij/zij er ook in (of kwam er iets heel anders uit)?
  • Welke obstakels, tegenslagen kwamen ze tegen?
  • Was het werk een inspiratie voor nieuwe ontdekkers/onderzoekers?
  • Wat waren de gevolgen van de reizen/acties/werk van deze persoon (nieuwe inzichten, politieke situaties/machtsverhoudingen, goederen)?
  • Zou je deze persoon ook als niet-held (door moderne bril) kunnen zien en waarom dan?
  • Zijn de reizen/ontdekkingen/het werk nu nog steeds relevant en waarom dan?

Overige eisen

  •  1 A4-tje
  • Gebruik volzinnen
  • Het gaat met name over de discussie die over deze persoon is ontstaan, bv door een andere visie op het tijdperk waarin hij/zij leefde, of wellicht andere inzichten over de rechten van de mens.
  • Kan ook omgekeerd: vroeger verguisd en nu een held.

Algemeen: het moet leuk en interessant zijn om te lezen, maar houd je wel aan een zakelijke/feitelijke schrijfstijl. Klik hier / hier op voorbeelden. Het zou zo in Wikipedia geplaatst moeten kunnen worden (niet overtypen).

Voorbeelden: Columbus, Coen de Ruyter, Mandela, Alan Turing, vermeend verzetshelden.

Het debat (13/9)

Vandaag zijn de kinderen gestart met de Debatlessen. De presentatie is hier te vinden.

Product 2.0  (6/9)

PROFIEL ECONOMIE EN MAATSCHAPPIJ 
Start week 36
Pitch week 47 : 9 steps to a winning pitch
Vorig jaar hebben de groep 5/6 en 7/8 gewerkt aan het PRODUCT. Ze hebben heel veel kennis opgedaan en dit jaar beginnen we met PRODUCT 2.0. De kinderen werken in groepjes van 4.

Een briljant idee. Maar wat nu verder? 
Aan een besluit tot productontwikkeling gaat heel wat denkwerk vooraf. Hebben jullie al onderzocht of er een markt is voor jullie idee? Nu willen jullie zo snel mogelijk het idee gaan ontwikkelen tot een product. Hoe pakken jullie dat aan?

Analyseer uw product
Een helder beeld hebben wat het doel is van het product of dienst. Wat is de functie? En wie is de doelgroep?

Stel een eisenpakket op
Op basis van de analyses stel je een eisenpakket samen voor het ontwerp. Denk hierbij ook aan criteria zoals de constructie, veiligheid vormgeving, ergonomie, milieu en wet- en regelgeving. Dit eisenpakket is in feite de basis voor de conceptontwikkeling, het gebruikersonderzoek en het zoeken naar toeleveranciers van belangrijke onderdelen.

Beslissingen concept
In deze fase kies je er voor de meest kansrijke concepten uit te werken. Op basis van het eisenpakket beslis je welk concept je definitief verder uitwerkt en op de markt brengt.

Hebben jullie het idee uitgewerkt en wil nu het product maken. Maar voordat je hier mee begint, is het goed eerst een aantal zaken te bepalen en uit te zoeken. Hoe zit het precies met productaansprakelijkheid? Aan welke eisen moet jouww product voldoen?

Productaansprakelijkheid en CE-markering
Als producent of importeur ben je aansprakelijk voor jullie product en de reclame die je hiervoor maakt. Daarom is het belangrijk een goed en veilig product te maken. Met een CE-markering geef je aan dat jullie product voldoet aan de wettelijke Europese eisen die voor de betreffende productgroep gelden.

Verpakking en etikettering
Niet alleen voor het product zelf, maar ook voor de verpakking moeten jullie rekening houden met een aantal regels. Per branche gelden er specifieke regels en belastingen op het gebied van verpakkingen. Ook dien je rekening te houden met verpakkingseisen voor vervoer van jullie producten.

Verder gelden er voor bepaalde productgroepen extra eisen voor etikettering.

Opdracht
Het houden van een PITCH aan externe. Ook dit jaar wordt een externe uitgenodigd en zal jullie pitch beoordelen.
–         Product fysiek aanwezig
–         Visuele ondersteuning (PowerPoint, Prezi, etc..)

Reclamefilmpje voor de consument
–         Slogan

Verslaglegging productproces
–         Wie, wat wanneer

Verpakking vh product (optioneel het eigenlijke product)

Schooltuinen (5/9)

Vorig jaar zijn we gestart met de schooltuinen. Tot de herfstvakantie zal dit doorgaan. (ook voor de kinderen uit groep 7/8). De schooltuinen zijn alleen voor de kinderen die al een tuin hebben. De nieuwe kinderen zullen niet meegaan. Aankomende donderdag zal al de eerste les zijn. Hiervoor (en ook voor de overige donderdagen) ben ik weer op zoek naar een ouder die mee wil en kan ter begeleiding. Hopelijk melden de ouders zich weer massaal aan. De agenda/poster om in te tekenen zal ik weer in mijn klas op de deur hangen.

Sinterklaas

Leren leren

  • Het gaat om het leren van “leren leren”
  • Het is geen competitie met je klasgenoot
  • Oefen met verschillende (leer) strategieën
  • Praat en denk mee als we de leerstrategieën bespreken
  • Evalueer (mondeling / schriftelijk) op jouw leerstrategie

Fotoalbum

Diversiteitsproject

Beeld en Geluid